De Chinees-Indische restaurantcultuur in Nederland behoort officieel tot de Inventaris Immaterieel Erfgoed. De nieuwe registratie valt samen met de viering van het Chinees Nieuwjaar.

De Chinees-Indische restaurantcultuur is op de lijst gezet na een voordracht van de stichting Meer dan Babi Pangang. Het platform is opgericht door een groep Nederlanders met Aziatische wortels die zich wil verweren tegen racistische stereotypen en probeert rolmodellen met Aziatische wortels in de schijnwerpers te zetten.

Naar de Chinees gaan

De eerste Chinese restaurants dienden zich begin twintigste eeuw in Rotterdam aan. Na de Tweede Wereldoorlog groeide de interesse in Aziatisch eten in Nederland, onder meer door de komst van veel Indische Nederlanders nadat Indonesië de onafhankelijkheid had uitgeroepen.

‘Naar de Chinees gaan’ wordt door veel mensen gezien als een familietraditie hierbij is Babi Pangang een van de bekendste gerechten. Kenmerkend aan de Chinees Indische Restaurantcultuur is het samenkomen van drie culturen: de Indische, de Chinese en de Nederlandse cultuur. Vanaf het moment dat men een Chinees Indisch restaurant binnenkomt gaat men min of meer op reis. Het is een plek overgoten met Chinoiserie, een vanuit de Westerse blik op Azië geïnspireerde omgeving. Bij de Chinees Indische Restaurantcultuur zijn verschillende groepen betrokken: de restauranteigenaars, de chefs, de restaurantbezoekers en de afhalers. 

Het luikje

De restauranteigenaar is altijd in de zaak aanwezig en bouwt vaak een band op met zijn/haar klanten. De eigenaar zorgt ervoor dat het restaurant op orde is en dat het, in veel gevallen, zeven dagen in de week geopend is. De eigenaar is vaak ook degene die achter de afhaalbalie staat en in de zaak de klanten serveert.

De chef komt meestal vroeg in de middag naar de zaak om het eten voor te bereiden voor de avond. Zodra er een bestelling wordt opgenomen gaat deze via het ‘luikje’ naar de keuken. In de keuken voert de chef de bestelling uit en zodra het eten klaar is wordt het via het ‘luikje’ het restaurant ingeschoven.

Veel voor weinig

Bij de restaurantbezoekers en de afhalers gaat er voor de beslissing om ‘naar de Chinees te gaan’ vaak een specifieke gebeurtenis af. Dit varieert van verjaardagen, ‘even snel’ maar wel goed eten, van geen zin hebben om zelf te koken, een avondje uit, een verhuizing, klussen in huis of overwerken. Het kenmerkende aan de menukaart is dat hij zowel specialiteiten van het huis bevat maar ook Chinese, Indische, Chinees-Indische en zelfs oer-Hollandse gerechten zoals frietjes voor de kinderen. Wat eveneens kenmerkend is dat het eten altijd vrij snel klaar is en dat je ‘veel voor weinig’ krijgt. Bij het afhalen wordt het eten ingepakt in grijs papier en vervolgens in een plastic tas gestopt. Voordat de bestelling aan de klant wordt gegeven wordt er altijd gevraagd of de klant ook wat gratis sambal erbij wil.

https://www.immaterieelerfgoed.nl/