Europalia Romania pakt uit met een prestigieuze tentoonstelling over Constantin Brancusi (1876-1957), de meest invloedrijke beeldhouwer van de twintigste eeuw. Het is de allereerste keer dat er in Brussel een expo aan Brancusi wordt gewijd – de laatste solotentoonstelling vond bijna 25 jaar geleden plaats in Parijs.

Brancusi is een sleutelfiguur in de kunstgeschiedenis. Hij wordt een pionier van het modernisme genoemd.

Assistent tonnenmaker en pottenbakker

De tentoonstelling brengt topstukken uit musea en privé-collecties van over de hele wereld bijeen. Denk aan meesterwerken als ’Slapende muze’, ‘De Kus’ en ‘Leda’. Verschillende stukken worden voor de eerste keer getoond, samen met werk van tijdgenoten (Duchamp, Modigliani, Man Ray, e.a) en sculpturen van Rodin, bij wie Brancusi kort in de leer ging.

Brancusi groeide op in een arm gezin in een klein dorpje in Roemenië, Hobita. Op zijn zevende ging hij aan de slag als herder en daarna stroopte hij de mouwen op als assistent tonnenmaker en pottenbakker. Zijn hele leven bleef hij trots op zijn vaderland – hij serveerde zijn chique avant-garde vrienden traditionele Roemeense gerechten, kleedde zich als een Roemeense boer, en zong graag Roemeense volksliedjes.

Parijs

Als je tegen een Roemeen over Brancusi begint is de kans groot dat hij geen flauw idee heeft over wie je het hebt. Niet dat ze niet trots zijn op hun bekendste kunstenaar in Roemenië (ze zijn héél trots zelfs), maar de Roemeense uitspraak is helemaal anders. De ‘I’ op het einde is namelijk helemaal niet onze klinker ‘i’, maar eerder een accent dat de uitspraak van de ‘s’ bepaalt. Roemenen noemen hem ‘Bran-koesj’.

Brancusi komt in Parijs aan in 1904. De 27-jarige heeft de hele tocht Boekarest-Parijs te voet afgelegd, dwars door Oostenrijk en Duitsland, met een bijna-dodelijke longonsteking en een hoop avonturen onderweg. De legendarische voettocht gaat al snel deel uitmaken van de mythologie rond Brancusi – niemand minder dan Peter Greenaway maakt er op dit moment een film over.

Ontmoetingsplek

Zijn Parijse atelier wordt de ontmoetingsplek voor vrienden, collega’s en leerlingen zoals Edward Steichen  Erik Satie en Amadeo Modigliani. Op latere leeftijd gaat hij zijn atelier beschouwen als een kunstwerk op zich, waarin hij zijn sculpturen zorgvuldig een plaatsje geeft. Bij zijn dood schenkt hij het atelier aan de Franse staat met als voorwaarde dat het intact blijft. Sinds 1977 kan je gratis een exacte reconstructie bezoeken vlak naast het Centre Pompidou in Parijs.

Het beeldhouwatelier deed ook dienst als fotografiestudio. Brancusi, een goeie vriend van Man Ray, was zot van fotografie. Hij gebruikte foto’s als voorbereiding voor zijn sculpturen, die hij nadien ook uitgebreid zelf fotografeerde. Brancusi was zich ook erg bewust van zijn imago, dat hij vormgaf met minutieus geplande selfies.

https://www.bozar.be/