pieter-hendrik

Vanaf de Gouden Eeuw was zeildoekweverij te Krommenie, met inbegrip van Krommeniedijk en de Horn, gedurende drie eeuwen een belangrijke bron van werkgelegenheid. Krommenie was het centrum van deze bedrijfstak in Nederland. Een van de belangrijkste ondernemersfamilies was de familie Kaars Sijpesteijn met als stamvader Willem Kaars Sijpesteijn (1800-1855), die doopsgezind was. Willem zat zowel in het zeildoek als rolreder, maar ook in de schepen, als reder.

De kwaliteit van het Hollandse zeildoek uit Krommenie was internationaal befaamd. In 1851 stonden in Krommenie, dat toen ongeveer 2500 inwoners had, 434 weefgetouwen, die samen ruim 20.000 rollen zeildoek produceerden. In die tijd waren er acht rolreders, fabrikanten en distributeurs van zeildoeken, actief. In de rest van Nederland waren er nog vijf. Een 17e eeuws weefgetouw, geschonken door de firma P.H. (Pieter Hendrik) Kaars Sijpesteijn, een zoon van Willem, is te zien in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.

Linoleum
Pier Hendrik begon in 1899 met de productie van een nieuwe stof: linoleum. Linoleum is een slijtvaste vloerbedekking van enkele millimeters dik. Het is een natuurproduct zonder verende eigenschappen en heeft grote indrukvastheid. Het heeft als voornaamste bestanddeel lijnzaadolie en als aanvulling daarop kurk of houtmeel en hars op een rug van jute.

Dat deed hij in de Nederlandsche Linoleumfabriek (NLF), ook bekend als Linoleum Krommenie. Ook zijn twee zoons gingen er op gegeven moment aan meewerken. Naast een weverij voor zeildoek en jute had het bedrijf de beschikking over een oliemolen. Deze belangen maakten dat de familie belangstelling opvatte voor het produceren van een nieuw soort vloerzeil dat in 1863 door de Schot Frederick Walton was uitgevonden.

Vier Schotten
Walton kookte lijnolie in waardoor het oxideerde, en voegde er hars, houtmeel en kleurstoffen aan toe. De substantie werd in een mangelinstallatie tot een dunne laag geperst en van een jute onderlaag voorzien, Het resultaat was een harde, slijtvaste en oprolbare vloerbedekking.

De fabriek werd gevestigd aan de Padlaan te Krommenie. Voor de productie was er een stoommachine van 170 kW. Pieter Hendrik had zich goed geïnformeerd in Schotland, waar de fabricage van het nieuwe product al aan de gang was. Hij had geregeld dat vier Schotten zouden overkomen om de zaak te leiden en het personeel, al snel 35 man, te onderrichten. Na een jaar had men het proces onder de knie en na vijf jaar werd er winst gemaakt.

Marmoleum
In 1910 werd een tweede, identieke, stoommachine in gebruik genomen, maar in 1916 kwam er elektriciteit en werden de stoommachines opgedoekt. In 1921 werden de gebouwen van de weverij, die in handen was van de familie, overgenomen, en in 1922 werd te Assendelft een tweede fabriek in gebruik genomen.

In 1930 begon men met de productie van marmoleum, eveneens een linoleumproduct. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond een grote vraag naar dit product, waartoe men een nieuw type kalanderlijn, een thermoplastic, ontwikkelde.

Novilon
Na de Eerste Wereldoorlog gingen vele kleinere linoleumfabrieken in Europa samenwerken wat leidde tot fusies. De Continentale Linoleum Union (Conti) te Zürich omvatte uiteindelijk elf fabrieken: alle Duitse fabrieken, Forshaga in Zweden en Giubiasco in Zwitserland. In 1929 ging de NLF op in dit concern, dat in 1968 werd omgezet in het huidige Forbo.

In 1968 startte men met de productie van een vinylvloerbedekking onder de naam Novilon. Deze vloerbedekking werd ook wel verend vinyl of cushion vinyl genoemd, Het bestond uit PVC-pasta die op een drager werd aangebracht. Die drager bestond uit asbestpapier (Aquanon), steenwolpapier of glasvlies. Met name asbestpapier was als drager wegens vochtwerende eigenschappen zeer geschikt voor het aanbrengen op betonvloeren.

Het veelvuldig gebruik van asbestpapier als rug heeft, met name bij verwijdering en afvoer, tot milieu- en arbeidsveiligheidsproblemen geleid. Uiteindelijk is men asbestvrij Novilon gaan produceren, maar zeker tot in 1979 werd er nog, zij het in verminderde mate, asbestpapier toegepast.

Zwitserland
Novilon was niet alleen concurrent voor linoleum, maar er kwamen ook meerdere fabrikanten van, waaronder Balamundi in Huizen. Het product hiervan stond bekend als Balatum. De concurrentie leverde het product op breedten van vier meter (kamerbreed), zodat ook Forbo dit moest doen. Daarom werd in Coevorden in 1978 een nieuwe fabriek gebouwd die sindsdien als Forbo Novilon bekend staat. In de fabriek te Assendelft, die sindsdien Forbo Linoleum ging heten, werden de Novilon activiteiten in 1982 stopgezet.

In het Zwitserse Baar, een van de meest welvarende plaatsen van dit land, staat tegenwoordig het hoofdkantoor van Forbo. Forbo bestaat heden ten dage uit drie divisies:

  • Forbo Flooring Systems produceert vloerbedekkingsproducten, zoals linoleum en harde vloerbedekking zoals vinyl;
  • Forbo Bonding Systems vervaardigt lijmproducten voor industriële toepassingen, zoals de automobielindustrie;
  • Forbo Movement Systems fabriceert kunststof transportbanden.

In 2008 werkten bij Forbo ongeveer 6500 mensen in 44 fabrieken. Forbo Nederland bestaat uit een fabrikant voor vloerbedekkingen in Assendelft, de voormalige Nederlandsche Linoleumfabriek. Verder de vestiging Eurocol in Wormerveer, die lijmproducten vervaardigt en ten slotte het grote productiebedrijf van Forbo in Coevorden. Hier werken ca. 230 (2012) personen.

http://bit.ly/2dT8jgw

 

Advertenties