luyendijk - 1

Zaterdagochtend kreeg ik een emailtje van Boekhandel Paagman dat – wilde ik nog een plaats kunnen krijgen – ik een half uur eerder moest komen voor de lezing van Joris Luyendijk over zijn nieuwste boek.

Ik kwam om 12.30 uur binnen en, inderdaad, er waren nog maar een paar plaatsen vrij. Joris’ boek heet Dit kan niet waar zijn. Onder bankiers. Het gaat over het reilen en zeilen in de bankwereld. Hoe is de bankencrisis van 2008 kunnen ontstaan?

Hebberig en slecht
Met veel belangstelling had ik de afgelopen twee jaar al wat stukjes van Luyendijk op Linkedin gelezen over de mores in de bancaire wereld. Voor dat Joris begon was er al veel geroezemoes in de volgepakte ruimte. ‘80% van de bankiers snapte het zelf ook niet’,  hoor ik achter me.

De auteur is gearriveerd en krijgt een welkom van Fabian Paagman. ‘Achttien maanden heb ik in een Spartaanse ruimte dit boek geschreven’, begint hij. ‘Zoals rechtse mensen naar Moslims kijken (eng en slecht) zo kijken linkse mensen naar bankiers (hebberig en slecht). Maar de islamitische wereld is divers en zo is ook de bankenwereld dat.’

Luyendijk had nagedacht wat je het best kon doen om het gevaar uit de Arabische wereld weg te nemen en kwam tot de conclusie dat je dan het beste kon ophouden olie te kopen. Hoe doe je dat? Door bijvoorbeeld over te stappen op een elektrische auto. Met dit idee ging hij in de NRC columns schrijven. Daarbij schakelde hij ook de lezers van de columns in vanuit de gedachte dat sommigen van hen meer van het onderwerp zouden weten dan hijzelf.

Column in The Guardian
Op een dag kwam hij in gesprek met de hoofdredacteur van The Guardian, Alan Rusbridger, over deze column. Die bleek zelf een elektrische auto te hebben. Rusbridger vroeg of Joris zin had om eens te komen praten in Londen. In zijn column over de elektrische auto had Luyendijk een ‘leercurve’ doorgemaakt. In het begin wist hij niets en naarmate de column vorderde, wist hij steeds meer. Dat leek Rusbridger ook een goed uitgangspunt voor een column over een ander onderwerp. Het kon ieder onderwerp zijn. De klimaatverandering bijvoorbeeld, de opkomst van de informatietechnologie. Al snel kwamen beiden uit op ‘de Londense City’, het financiële hart van Europa.

Luyendijk dacht erover na, het betekende ook dat hij naar Londen zou verhuizen, en zei na een tijdje Ja. Hoe kon hij dit het beste aanpakken? Het leek hem goed om aan insiders in de City vragen te stellen die gewone mensen graag wilden weten. En dat zo concreet mogelijk: Wat doe je de hele dag? Wat voor dier ben je als je werkt? Wat is het moeilijkste uit te leggen over je baan? Wat dat laatste betreft was de reactie: Ik leg mijn baan niet uit, mensen willen er ’t liefst niet over horen. De cultuur was cynisch.

Luyendijk bood de geïnterviewden aan hun identiteit te verbergen, op alle mogelijke manieren. Hij stelde het ook voor als een samenwerkingsproject. ‘Als je iets eruit wil, kun je het schrappen.’ Na wat initiële haperingen, begonnen de reacties binnen te komen. Honderden. Hij sprak ook graag met mensen die eruit waren geknikkerd. Dat leverde weer extra informatie op, vanuit een andere positie. In kleine koffietentjes had hij 200 ‘blind dates’.

Perverse prikkels
Luyendijk: ‘Het was adembenemend wat ik allemaal hoorde. ’Op de columns kwamen weer reacties. En jonge medewerkers die ‘facetime’ hadden (ze hadden op dat moment niets omhanden, maar deden voor hun baas of ze het druk hadden) begonnen ook te reageren. Soms verbazingwekkend goed geïnformeerd, met details die Luyendijk zelf nooit tevoorschijn had kunnen halen. Sommige insiders gingen weer eigen interviews houden en plaatsten dit achter de column van Joris.

Hij sprak een jongen wiens hart op de goede plaats zat, hij was links, voor duurzaam en groen etc. Maar hij had een miljoen aan bonus ontvangen – naast zijn gewone salaris. Hij was researchanalist van een bepaalde industriesector en was daar dag in dag uit mee bezig. Las alles, sprak met alle betrokkenen en maakte rapportjes met op het eind voor de bank een conclusie: die en die bedrijven zijn goed en degelijk, daar moet je aandelen van kopen.  In het jaarlijkse analistenranglijst van de banken stond hij heel hoog.  ‘Wat moet ik doen’ zei die jongen. ‘Moet ik mijn bonus weggeven? Verdienen jij en ik het om in de Eerste Wereld geboren te zijn?’

Luyendijk: ‘Je kunt niet alle bankiers hebzucht in de schoenen schuiven. Het zijn niet zo zeer de mensen die monsters zijn, soms zijn ze heel aardig, maar het zijn de organisaties die monsterlijk zijn. Er is Nul ontslagbescherming. In de afgelopen veertig jaar zijn langzaam perverse prikkels in het systeem geschoven. Iedere Citybankier zit in een competitie. Het gaat er om de verleidingen zelf weg te nemen.’

Armageddon
Een analist van Goldman Sachs maakte het onderscheid tussen longterm greedy, geld verdienen met je klant, en shortterm greedy, geld verdienen ten koste van je klant. Luyendijk: ‘In 2008 stond het instorten van de totale orde op het spel, sommigen hadden het al over voedsel inslaan. Er zou niet meer gepind kunnen worden, de winkels zouden niet meer bevoorraad worden, een megachaos. Een Armageddon – sommigen gebruikten dat bijbelse woord – was niet ver meer.

Vlak voor dat kritische moment  besloten de regeringen ‘de kas te trekken’ voor de omvallende banken, zodat er rust kwam. Luyendijk: ‘Van Rompuy blikte er jaren op terug en zei, ‘Je weet niet hoe dichtbij we bij die afgrond waren. Fantastisch dat de insiders in 2008 hun mond hebben gehouden’. Weinige bankiers snapten inderdaad de portee van de CDO’s, de Collaterized debt obligations, de complexe producten waarbij een aantal leningen bij elkaar werden gestopt om het risico op wanbetaling te spreiden. Luyendijk: ‘Dat is de echte vraag, waarom was dat zo?’

Alle perverse prikkels zitten heden ten dage nog steeds in het systeem, bij alle banken, inclusief de Zuidas banken, die ‘een filiaal zijn van de City’. De politiek kan er niet erg veel aan doen.  Luyendijk: ‘Banken reageren mondiaal, de politiek reageert nationaal. Het als een vliegtuig zonder cockpit, geen instantie heeft de laatste verantwoording.’ Aan mogelijke maatregelen is Luyendijk niet echt toegekomen. ‘Het gaat erom het bewustzijn te verhogen, wat dat betreft  heb ik waardering voor het toneelstuk De Verleiders. Door de bank genomen en een programma als RADAR en verder vertrouw ik op de menselijke inventiviteit. Ooit was de slavernij een vanzelfsprekendheid, waarvan wie niemand dacht dat die afgeschaft zou kunnen worden. Het is toch gebeurd.’

http://www.paagman.nl/

http://www.atlascontact.nl/boek/dit-kan-niet-waar-zijn/

Advertenties