Air France-KLM is met budgetmaatschappij Wizz Air in vergevorderde onderhandelingen over een overname van die Hongaarse prijsvechter. Wizz Air moet de low budget operatie van Air France KLM een bredere basis geven dan alleen Transavia in Nederland en Frankrijk.

Ruim vijftig Airbus toestellen
Wizz Air heeft een groot aantal bases in Centraal- en Oost-Europa, onder meer in Boedapest, Katowice en Warschau. De maatschappij vliegt uitsluitend met Airbus A320-200’s, waarvan het er ruim vijftig in de vloot heeft.

Het jonge Wizz-Air
De nog jonge prijsvechter, die in 2003 werd opgericht, opereert in Nederland al vanaf Eindhoven Airport, naast onder meer Transavia en Ryanair. Vooral in Roemenië heeft Wizz Air de laatste tijd haar operaties flink uitgebouwd. De maatschappij bestaat uit twee ‘operating airlines’: Wizz Air Hungary en Wizz Air Ukraine.

Transavia blijkt te kleinschalig
Transavia, op dit moment de enige budgetdochter van Air France-KLM, is te kleinschalig om concurrenten als Ryanair, easyjet en Vueling het hoofd te kunnen bieden. De vloot van ruim dertig toestellen weegt niet op tegen die van Ryanair en easyJet, met elk enkele honderden vliegtuigen.

Leidende positie
De berichten uit Parijs over Wizz Air worden door Transavia-directeur Mattijs ten Brink bevestigd noch ontkend. “Zoals door Alexandre de Juniac – de president directeur van de Air France KLM Groep – is aangegeven, onderzoekt AFKL Groep de mogelijkheden om een leidende positie in Europese point-to-point markt te verwerven. Ik kan niet bevestigen of dit een concreet scenario is”, aldus Ten Brink.

Vliegen vanaf Eindhoven Airport
Vanuit Nederland vliegt Wizz Air vanaf Eindhoven naar zo’n vijftien bestemmingen in Centraal- en Oost-Europa, variërend van Boedapest, Warschau en Boekarest tot Riga, Belgrado, Debrecen en Belgrado. Het totale routenetwerk van de maatschappij omvat driehonderd routes. Wizz Air heeft ruim tweeduizend personeelsleden in dienst. Operationeel directeur van Wizz Air is overigens voormalig Martinair-topman Diederik Pen.

Auteur: Arnold Burlage
Bron en lees verder: luchtvaartnieuws.nl