In de aanloop naar de aanstaande gemeenteraad verkiezingen, ergens in oktober a.s, worden door verschillende zittende Hongaarse burgemeesters en gemeenteraden rare bokkensprongen gemaakt. Vragen die eerst niet of negatief beoordeeld werden zijn nu, in een keer, wel mogelijk en projecten die eerst te duur waren, worden nog voordat de kiezers er erg in hebben, in een keer gerealiseerd.
Zulk overhaast werk komt niet altijd voldoende doordacht uit de verf. Zo zijn er gemeenteraden die zich beter willen voordoen dan ze vier jaar lang waren en de gemeentelijke stommiteiten uit de afgelopen jaren, samen met het gemeentelijke huisvuil, onder het gemeentelijke tapijt willen bezemen.
Nu hebt u – als lezer – het geluk dat ik in zo’n gemeente woon en derhalve in staat ben om u – op veilige afstand – mee te laten genieten.

Nadat vier jaar geleden de, met 77% van de stemmen herkozen, 34-jarige burgemeester Péter Bakonyi, een week na zijn herverkiezing overleed, kwam er een opvolgster die het tegen het image van de populaire, helaas overleden burgemeester op moest nemen. Dat was sowieso al een moeilijke opgave en waarschijnlijk een reden voor de burgemeester om enkele spectaculaire acties op touw te zetten, om positief op te vallen.
* Zo besloot ze om op het dak van het “gemeentepaleis” (het stadhuis) en enkele andere gemeentelijke instellingen zonnecellen te laten plaatsen. Alleszins nuttig natuurlijk, maar die panelen kostten veel geld – ze leveren natuurlijk ook ooit winst op – maar brachten geen werkgelegenheid, iets waar de gemeentelijke gemeenschap meer behoefte aan heeft.
* Daarna werd door een duur architectenbureau, samen met de burgemeester, een gemeentelijk (bouw-) ontwikkelingsplan (géén goed doordacht planologisch plan) opgesteld waarvan de uitvoeringskosten zo ongeveer alle gemeentelijke extra’s voor de komende 50 jaren verbruiken en derhalve alleen door de burgemeester en enkele coöpererende raadsleden serieus wordt genomen.
* De grootste kwinkslag was evenwel het plan om voor de bewoners huisvuilkosten te besparen door het daarvoor ingehuurde bedrijf op te zeggen en zelf het huisvuil op te gaan halen. Dat resulteerde in ongeveer een maand waarin nauwelijks huisvuil werd opgehaald, waardoor de rampen-hulpdienst van staatswege meer dan een half jaar moest bijspringen,
– waarbij intussen “tweede hands” gemeentelijke vuilniswagens moesten worden aangekocht,
– waarbij alle bewoners en bedrijven nieuwe gemeentelijke vuilnisbakken en afvalcontainers moesten krijgen,
– waarbij werkelozen en gemeentewerkers tegen wil en dank vuilnisverwerkingsopleidingen moesten volgen en
– alle regionale (uitsluitend geprivatiseerde) vuilnisbelten hun poorten voor ons gemeentelijke afval gesloten hielden en nog steeds houden, waardoor de vuilniswagens eerst zo’n 100km van huis hun afval kunnen storten, zelfs nadat, met de hulp van wetswijzigingen(!), uiteindelijk alle vergunningen werden verkregen.
Behalve dat voor een paar vuilnismannen en collega’s werk is gecreëerd (en oorspronkelijke vuilnismannen hun baan hadden verloren) en er nog geen eindafrekening is gemaakt, vraagt iedereen zich af hoe de toekomstige afrekeningen er kostentechnisch uit gaan zien.

De hoogste tijd dus voor een paar ‘serieuze’ succesnummers:
* In een braakliggend parkgebied is een wandelpaadje aangelegd en zijn wat boompjes aangeplant. Bij ieder boompje staat een paaltje met de naam van een onlangs geboren baby, Een uitleg over wat het wandelpaadje, de boompjes en de naambordjes betekenen, bijvoorbeeld als “symboliek voor de stedelijke verjonging”, ontbreekt in alle talen. Ook in het Hongaars voor de eigen bewoners.
* Het pleintje bij het autobusstation, waar al jarenlang markthandel werd bedreven (het heet zelfs al sinds jaar en dag Piactér, “Marktplein”), wordt als marktpleintje ingericht met enkele stalletjes en kleine winkeltjes, openbare toiletten en wat parkeerplaatsen. Dat marktplein maakte al deel uit van het stadsontwikkelingsplan en de uitvoering is nog geen 3% van het door de gemeenteraad goedgekeurde geheel.
* Om de werkgelegenheid te bevorderen moeten meer bedrijven zich hier gaan vestigen. Een stedelijke marketing strategie is daarvoor onontbeerlijk en daarvoor is de hulp ingeroepen van het hoofd van een economische leerstoel – die voor veel geld een stedelijke marketingstrategie heeft opgesteld – en haar plan in een door zo’n 20 man bezochte hoorzitting heeft uiteengezet. Een langdradig en wetenschappelijk verhaal, zonder concrete voorbeelden of suggesties, laat staan aanwijzingen, dat maar door een paar mensen de clou werd begrepen.

Een logisch marketing plan hoeft, als basis voor een kleine gemeente, helemaal niet zo moeilijk te zijn. Moeilijk wordt het pas voor grotere steden met een uitgebreidere infrastructuur dan onze gemeente met nog geen 7000 inwoners! Ik heb mijn gedachten voor de burgemeester en de wethouders op papier gezet (in het Hongaars, natuurlijk) en zij die gereageerd hebben zijn het met mijn eenvoudige zienswijze eens:

Een hoger doel nastreven en daar marketing voor maken heeft voor gemeenten alleen maar zin wanneer dat doel duidelijk, inzichtelijk en bereikbaar is. Zaken vermarkten die je (nog) niet hebt, of (nog) niet bereikbaar zijn, werkt teleurstelling in de hand en genereert een verloren klantenkring. Zo’n marketing kan uiteindelijk duurder zijn dan de duurste marketingcampagne kost. Zakelijk betekent dat, dat de beschreven infrastructuur ten minste in overeenstemming moet zijn met het aanbod: gegarandeerde en voldoende energievoorzieningen, maar ook een goede bereikbaarheid met een voldoende capaciteit aan aan- en afvoerwegen en de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel. Voor de arbeidskrachten is het van belang dat ze goed gemotiveerd zijn wanneer ze gaan werken, want gemotiveerde werknemers worden niet gestoord door achtergrond problemen en werken daardoor beter. Daarvoor is het belangrijk dat de bewoners gemiddeld tot redelijk goed tevreden zijn over hun leefomstandigheden: woonkwaliteit en woonomstandigheden, sociale en medische verzorging, onderwijs, inkoopmogelijkheden, veiligheid en parkeergelegenheden en, niet te vergeten, sport, spel en ontspanning. Kortom, alle omstandigheden waarin en waarbij de gemeente een sleutelrol vervult. Perfecte maatstaven worden gevormd door de bekendheid en het niveau van de “goede naam” van de gemeente, de aanwezigheid en de kwaliteit van bestaande werkgelegenheid en, heel belangrijk, het lokale toerisme want, waar het toerisme floreert, zijn de toeristen tevreden en waar toeristen tevreden zijn, is de lokale bevolking het over het algemeen ook.

Dat deze basisgedachten hier redelijk nieuw zijn is een voortvloeisel uit het verleden, toen autoriteiten nog autoriteiten waren die je niet tegensprak. Een gemeenteraad werd gekozen en bestuurde vervolgens naar de inzichten van de bijna almachtige burgemeester. Er zijn en waren verschillende gemeentelijke commissies met – zelfs – externe commissieleden, maar overleg met de bevolking was er in principe niet. Natuurlijk zijn er verenigingen en die verenigingen nodigen trouw de burgemeester voor hun feestavonden uit, want stel je eens voor dat er nog wat uit de gemeentelijke ruif aan de strijkstok blijft hangen…
Ik oogstte verbazing met mijn patiëntenvereniging (die ook in Hongarije bestaan en functioneren) als voorbeeld, waarbij de patiëntenvereniging op een bijna of volledig deskundige basis de belangen van haar leden behartigt en de dokter zijn medicatie en therapieën voorschrijft zoals de dokter dat altijd deed en blijft doen. Onvoorstelbaar dat op een vergelijkbare wijze belangengroepen belangen kunnen vertegenwoordigen zonder de autoriteit van een burgemeester of gemeenteraad aan te tasten!