In mijn vorige artikel over kerstmarkten heb ik geschreven dat ik nog een artikeltje aan Hongaarse kerstbomen zou wijden. Daarbij moet u bedenken dat kerstmis als een christelijk feest niet zo gepropageerd werd.

Op een gegeven moment kwamen er wel een soort kerstmannen. Over het algemeen magere scharminkels in een rood pak met een jutezak over hun schouder en een soort koebelletje aan een steeltje in hun hand om vooral de kindertjes van het inkopende publiek te vermaken. Die stakkers heetten niet "kerstman" of "Santa Claus" of "Mikulás". Hun tijdelijke naam was "Télapó", waarvan wij later begrepen dat dat de vertaling voor "vader (niet 'koning') winter" was. Het was in die tijd ook niet gebruikelijk om grote stedelijke en fraai versierde kerstbomen op te richten, met veel gekleurde en knipperende lichtjes. Dat was een evolutie die zich langzaam vanuit het westen ontwikkelde, want in het westen van Hongarije konden de Hongaren met grote zelf gemaakte harken op hun daken ook wel van de Oostenrijkse televisie en de daarop uitgezonden tradities genieten.

Hongaarse gemeenten die op een gegeven ogenblik mee wilden doen met de Internationale tradities en tendensen en hun relatieve welvaren wilden uitstralen, gingen rond de kersttijd ook kerstbomen oprichten. Natuurlijk konden of mochten dat geen kleine boompjes zijn, want kerstbomen als statussymbool moesten vanzelfsprekend, zoals overal in de wereld, enige allure uitstralen. Het summum waren de kerstbomen die door partnersteden uit het westen werden geschonken, want die kwamen uit het felbegeerde en jaloers makende rijke buitenland. Vaak moesten dan wel honderden kilometers ophaal en douane rechten worden betaald. Of de bomen werden bij – hoe kon het ook anders – Hongaarse staats houtvesters besteld, die samen met het transport ook dusdanig duur waren dat er weinig voordeel te behalen viel. Het optuigen was natuurlijk, om vermeende veiligheidsredenen, niet met lampjes. Hooguit werden lege dozen uit de levensmiddelen winkels geverfd of zelfs wel in glimmende folie verpakt en in de bomen gehangen om alleen daarmee het buitengewoon feestelijke van een commercieel kerstmis te benadrukken.

 

Zo was dat ook in "onze" gemeente (waar alleen ons huis van "ons" is). Ruim 300 km van de Oostenrijkse grens, maar even zo goed een trotse gemeente, met een goed ontwikkelde en door de staat bevorderde industriële infrastructuur waar, vanaf een gegeven ogenblik, zelfs door de burgemeester van de oude stempel, ieder jaar van zo ver mogelijk weg (is status) uit een diep en donker bos (dat is ook status), voor veel geld een grote dennenboom werd uitgezocht (een bestuurlijke zakenreis voor de hele gemeenteraad op gemeentekosten) om met veel bombarie en lege versierde dozen voor het stadhuis te worden opgericht.Wij hadden dat al enkele jaren vanuit onze huurflat meebeleefd toen wij ons eigen huisje kochten. Een vrijstaand huisje met een klein tuintje voor en een grotere tuin achter het huis. In dat voortuintje stonden sinds jaar en dag twee dennenbomen die een formaat hadden aangenomen waarmee ze ieder voordeel van verduisteringsgordijnen overbodig maakten. Die dennenbomen wilden wij dus eigenlijk weg hebben, maar…

Om bomen weg te halen is een rooivergunning nodig en de Hongaarse milieubescherming wetgeving schreef toen al voor dat voor de rooivergunning niet alleen moest worden betaald, maar ook dat voor iedere gerooide boom twee boompjes moesten worden terug geplant en dat natuurlijk niet op staats- of gemeentekosten. Bovendien, In de kleinere steden zijn alle elektriciteit-, telefoon- en nu ook de kabel-tv kabels door de lucht gespannen, waardoor voor het rooien van bomen uit voortuinen ook de bekabelende instanties om (natuurlijk) kostbare hulp moest worden gevraagd. Toen wij dus ons huis kochten wisten we al dat die bomen weg zouden gaan, maar alle bijkomende problemen en kosten realiseerden we ons toen nog niet.
 

Goede raad bleek uiteindelijk niet zo duur en na ampel huiselijk beraad trokken wij naar onze pas gekozen en goed bevriende partijloze burgemeester en stelden hem voor om een van onze enorme dennenbomen met kerstmis voor het stadhuis te zetten. Hij zou alleen voor de vergunningen en de bijkomende voorwaarden, het omzagen, het vervoer, de oprichting en de versiering, moeten zorgen. En zo geschiedde. De vergunningen gaf hij zichzelf, het werk werd door de lokale gemeentewerken uitgevoerd, net zoals het oprichten en versieren voor het stadhuis. Van het omzagen en vervoer werd een groot evenement voor de kleuterschoolkindertjes gemaakt die, met z'n allen en hun juffen, op een veilige afstand kwamen kijken. De burgemeester gaf de kindertjes en de juffen voor en na het omzagen een lesje natuurbeheer (opgenomen en uitgezonden door de stedelijke televisie), dat alles onder het genot van gratis warme chocolademelk en mandarijntjes die wij van harte aanboden. In optocht begeleidden de kindertjes met kerstliedjes als "Oh dennenboom, Oh dennenboom" onze oude boom, liggend op een tractor met grote aanhanger, naar het Stadhuisplein. De tweede boom heeft de gemeentewerkers een aantal dagen warm gehouden. Wij hadden niet aangenamer, goedkoper en gemakkelijker van onze bomen af kunnen komen en, wat heet, wij waren uiteindelijk niet de enigen, wel de eersten die een boom schonken. Na ons voorbeeld heeft de gemeente intussen al meer dan 10 jaar geen gemeentelijke kerstboom meer gekocht en heeft de nieuwe burgemeester een dennenbomen wachtlijst geërfd om de komende kerstmissen uit te kunnen kiezen. Sterker nog, lokale verenigingen hebben samen met de gemeente een fraaie uitbundig knipperende ledverlichting en echte grote kerstballen gefinancierd.

Oh ja, de gemeente waar het over gaat heet Martfű en om het resultaat nog meer te versterken, in de provinciehoofdstad 25 km verderop staat dit jaar ook, voor het eerst, een grote "gratis", door een inwoner geschonken, kerstboom voor het stadhuis!