Heel wat Nederlandse kranten schreven de afgelopen dagen in die zin over Hongarije. En de kranten wisten ook waarom. Fidesz, de politieke partij van Orbán Viktor (of Victor Orbán op zijn Nederlands), die met meer dan twee-derde meerderheid in 2010 de verkiezingen won, zijn de oorzaak van al die Hongaren buiten Hongarije, ook in Nederland, schrijven ze. Maar is dat wel zo? Eigenlijk is het nodig om gebeurtenissen te achterhalen en om de werkelijkheid onder ogen te zien.

Een ding is zeker, premier Victor Orbán wordt als autocratisch ervaren en zijn beleid wordt in brede kring discutabel gevonden. Niet alleen in Hongarije, in heel Europa en waarschijnlijk ook ver daarbuiten is niet iedereen even gelukkig met de wetgevende bedenksels van Victor.

Alleen, als oplettende lezer heeft u vast al opgemerkt dat, volgens de schrijvende Nederlandse pers, de Hongaren sedert 2006 hun land massaal achter zich proberen te laten en dat de Fidesz pas sedert 2010 aan de macht is. Met andere woorden, Victor Orbán zal best wel iets op zijn kerfstok hebben maar, zeker niet alles! Om te weten wat er nog meer aan de hand is moeten we verder terug in de geschiedenis kijken. Ik wil niet beweren dat ik de wijsheid in pacht heb, maar ik kan wel bogen op meer dan dertig jaar ervaring in Hongarije en vanuit die ervaring heb ik – in dezelfde zin – al vaker geschreven voor “Hongarije.InZaken”,(te lezen onder Frits Niessen).

Toen wij begin 80-er jaren voor het eerst in Hongarije kwamen, maakte de grens met een 5 slagbomen sluissysteem, na 200-300 meter niemandsland, voor ons een “moeilijke” indruk, terwijl diezelfde grens met Oostenrijk voor de Hongaren de gemakkelijkste overgang van en naar het Hongaarse buitenland was.In die tijd werd in Hongarije het privé bedrijf een steeds verder opdringend fenomeen met grote risico’s voor de staats planeconomie. Uitsluitend de opbrengsten van de staatsbedrijven waren oorspronkelijk verantwoordelijk voor de volledige staatshuishouding: de gezondheidszorg, de medische zorg, de educatieve zorg, de de complete infrastructuur met gas, water en licht, maar ook het bankenstelsel, communicatie, weg-, spoor- en vliegverkeer en de lonen van de arbeiders, alles. Een belastingstelsel ten behoeve van de staatshuishouding was – binnen het communistische systeem – een onnodige en onmogelijke gedachte. Verbazingwekkend was dat tijdens een van onze eerste jaren in Hongarije de laatste beperking voor privébedrijven (500 man personeel) werd opgeheven. Ongelooflijk veel Hongaren verwisselden hun baan bij een staatsbedrijf voor werken bij de particulier. Immers, het particuliere bedrijf werkte op een zo goed als “netto = bruto” basis terwijl de staat alle kosten uit veel minder productie van veel minder staatswerknemers moest bekostigen. Het privé bedrijf kon daardoor gemakkelijk betere lonen betalen. Op die manier stevende Hongarije snel op een mogelijke ondergang af. De enige manier die de Hongaarse overheid benutte om aan geld van het bedrijfsleven te komen was het heffen van toeslagen op de publieke diensten zoals alle energie, communicatie en banken voor bedrijven. Op die manier is natuurlijk wel wat aan inkomsten te compenseren, maar niet alles. Hongarije stond ook onder een enorme tijdsdruk en door de toestemming van Michael Gorbatsjov kon op 1 november 1987 op één dag alle in Europa bekende belastingen gelijktijdig worden ingevoerd. Daarna kwam de Pan-Europese picknick op 19 augustus 1989, die aanleiding was voor vluchtelingenkampen met Oost-Duitse vakantiegangers, die weer aanleiding werden voor het open gaan van de grenzen naar Oostenrijk. Als gevolg daarvan stortte – uiteindelijk – het hele Oostblok ineen en de druk werd steeds groter om lidmaatschappen met de NATO (1999) en de Europese Unie (2004) aan te gaan. Vooral het lidmaatschap van de Europese Unie heeft voor Hongarije en de Hongaarse bevolking enorme consequenties gehad. De Hongaarse tekorten werden, als “beloning” voor het openen van het ijzeren gordijn, gecompenseerd met leningen. De lasten van die en andere – ook oudere – leningen en de rentes op die leningen bezwaren de Hongaarse economie nog altijd.

Het vervolg van dit verhaal is gebaseerd op eigen ervaringen en de oordelen van talrijke Hongaarse bekenden waarmee ik sprak. Deze benadering geeft wellicht het duidelijkst aan waarom de Hongaren tegenwoordig zo graag naar hun buitenland vertrekken. Voor de gemiddelde Hongaar was – en is nog altijd – het westelijke buitenland een synoniem voor het luilekkerland waar gruwelijk veel verdiend wordt. Dat is natuurlijk wel waar, maar die mening wordt gerelativeerd door de duurdere prijzen, die in Hongarije niet zo algemeen bekend zijn. Bovendien, Hongarije staat bekend als een lage lonen land waar de internationale prijsontwikkelingen niet overal realistisch lijken. Veel prijzen worden bepaald door lage lonen calculaties, andere prijzen worden bepaald door internationale prijsontwikkelingen, zoals aardolie. Nog erger wordt het wanneer tarieven, zoals plastics, aan de oliemarktprijzen gekoppeld worden. Omdat de handel binnen de Europese Unie vrij is, verkopen de Hongaarse producenten bij voorkeur in het buitenland, tegen de duurdere buitenlandse prijzen en voorwaarden, in plaats van thuis, in Hongarije. Alternatief is wanneer de Hongaarse verbruikers de Hongaarse producenten en alle tussenhandel volledig compenseren. Als gevolg daarvan zijn de prijzen in Hongarije voor een deel op een “westers” niveau gekomen. Dat geldt niet voor alle producten: gemiddelde woningen/appartementen zijn bijvoorbeeld al te koop vanaf zo’n 5 miljoen Forint (€ 17,000). Auto’s zijn in prijs met woningen te vergelijken. Voor veel Hongaren, met een minimum bruto loon voor ongeschoolde werknemers van € 347 (voor uitkeringstrekkers veel minder) is een acceptabele levensstandaard onhaalbaar. Bovendien, de macht van de vakbonden in Hongarije is minimaal, waardoor de wettelijke minima papieren minima zijn. Werktijden worden meestal niet aangehouden en wanneer niet (onbetaald) doorgewerkt wordt wanneer de baas dat zegt, volgt ontslag. Wanneer de Hongaren bijna “westerse” prijzen moeten betalen, is het logisch dat ze ook westerse lonen willen ontvangen en stijgt de wens om naar het buitenland en naar Nederland te verhuizen.

Conclusies:De overgang van de oude planeconomie naar de westerse markteconomie zonder een belastingstelsel (dat vanwege het “oude regime” lange tijd ook niet mogelijk was) heeft Hongarije bijna naar de ondergang geleid.In het verleden heb ik vaker geschreven dat het gebrek aan informatieverstrekking door de Hongaarse overheid de bevolking lange tijd onkundig heeft gehouden over actuele problemen.”Vriendschappelijke” financieringen om Hongarije voor de ondergang te behoeden belasten Hongarije nog vele tientallen jaren.Niveauverschillen tussen de meer en minder welvarende EU landen stoort de vrije internationale handel.Geen enkel land zou tot de EU mogen toetreden, ook Hongarije niet, wanneer de landen zich niet op vergelijkbare niveaus bevinden. Met andere landen zijn (of worden) trouwens vergelijkbare verschillen zichtbaar.Door de niveau verschillen is een volksverhuizing vanuit de armere naar de rijkere landen ontstaan, met Hongarije als bron voor de krantenberichten waar dit artikeltje op gebaseerd is.Victor Orbán heeft gezocht naar mogelijkheden om de staatsinkomsten op orde te brengen maar (net zo als zijn voorgangers) heeft hij de Hongaren niet voldoende over de nijpende situatie geïnformeerd, hij heeft niet altijd alle consequenties overzien en hij heeft ook geen rekening gehouden met internationale invloeden die sterker dan “zijn” Hongaarse belangen.

Oplossingen:Kritiseren is gemakkelijk genoeg maar helpt niemand of niets.Omdat Hongarije een lage lonen land is, is investeren in Hongarije nog altijd goedkoop. Ook produceren in Hongarije is – door de lagere lonen – nog altijd veel goedkoper.Om investeren in Hongarije aantrekkelijk te houden zouden investeerders financieringen mee kunnen brengen, in plaats van de weinige, en daardoor ook duurdere, Hongaarse financiële middelen te gebruiken.Voor Hongarije betekenen investeringen in nieuwe bedrijvigheden extra inkomsten en extra werkgelegenheid, waardoor Hongarije sneller een gewenst economisch niveau bereikt.