Afgelopen week vond in de Balie in Amsterdam de conferentie ‘The Dwarfing of Europe’ plaats. Europa, China, India en Brazilië discussieerden met elkaar over de konsekwenties van de nieuwe machtsverhoudingen in de wereld voor de positie van Europa en de blik van de rest van de wereld op Europa. Inzaken.eu was van de partij. Paul Scheffer, professor Europese Studies van de Universiteit van Tilburg, die de conferentie mede voorbereid had, had een mooie naam voorgesteld. ‘The Dwarfing of Europe’ was een titel van een opstel van de beroemde historicus Toynbee waarin hij de afnemende rol van Europa aan de orde gesteld had. En die titel vond hij wel een toepasselijke naam voor de conferentie in Amsterdam.

De conferentie moest zich niet zo zeer concentreren op de rentevoet en het begrotingstekort of – overschot van verschillende landen, maar op een kwestie die in de ogen van de organisatoren van even groot belang was: wat voor gevolg heeft de nieuwe rol van Europa voor onze culturele identiteit? Hoe ziet Europa zichzelf en hoe zien de BRICS – de Chinezen, de Indiërs en de Brazilianen – Europa?

Op de eerste conferentiedag werden hierover behartigingswaardige woorden gesproken. Yoeri Albrecht, directeur van De Balie, vond dat de Europa en de nieuwe opkomende landen veel meer over hun grenzen heen moesten kijken. Bovendien was de term opkomend land voor China, Indië en Brazilie passé: het zijn immers dé grote nieuwe globale spelers. Zeg maar grootmachten in plaats van opkomende landen.’

Rabin Samaddar, directeur van de Calcutta Research Group, moest constateren dat zijn land nog wat achterover leunde. In India overheerste een ‘laid-back attitude’. ‘In mijn land is er nog weinig onderscheid tussen ‘hard power’en ‘soft power’, anders dan in China bijvoorbeeld. Hij vond de ‘art of government’ een hele belangrijke factor. Die ‘government’ moet niet te strak zijn, niet alle mensen in hetzelfde gelid laten lopen, maar losjes zijn, zodat mensen konden experimenteren en onverwachte uitvindingen en ontdekkingen doen.

Jian Shi, vice-president van de Sichuan Universiteit vertelde dat Marco Polo meer dan 700 jaar geleden zijn stad, Chengdu, had bezocht. Dat was de eerste belangrijke Chinees-Europese ontmoeting. En nu zijn de Chinees-Europese ontmoetingen aan de orde van de dag. Maar de mogelijkheid hiertoe is nog maar van heel recent, aldus Shi. Hijzelf moest tijdens de Chinese culturele revolutie drie jaar gedwongen op het platteland werken. In 1968, toen hij 14 was moest hij meemaken dat zijn vader door de Rode Garde werd geëxecuteerd. Gelukkig was hij een goede student en slaagde hij erin om te vertrekken naar Canada en Amerika om daar te doceren. En later besloot hij terug te gaan naar zijn geboorteland.

‘Het was Deng Xiao Ping die de deur van ons land open deed. En toen die deur eenmaal open was, is hij niet meer dicht gegaan. De deur kon eenvoudigweg niet meer dicht, ook al zou je het willen.’ Jian Shi vond het uitstekend dat de nieuwe grootmachten veel contact met elkaar zoeken. ‘Dat kan bijvoorbeeld door nog meer werk te maken van studentenuitwisseling. Met het Erasmus-programma blijven de meeste Europese studenten hangen in Europa. Hoe zou nog beter zijn als Europese studenten naar China, India en Brazilië zouden gaan en vice versa.’

Fokke Obbema, journalist van de Volkskrant die recent het boek ‘China en Europa’ had gepubliceerd, vond dat Europa een verkeerde houding had, een ‘attitude problem’. ‘Wat van we van China kunnen leren is de ‘capaciteit om te leren’. Paul Scheffer vond dat Europa veel te veel op zichzelf gericht was. ‘Daar kunnen we niet mee doorgaan. Het gaat om nieuwsgierigheid. Het is natuurlijk een nieuwe situatie, want we bevonden ons altijd in het centrum van de wereld. En nu moeten we ons richten op anderen. Dus er een beetje angst en ongemak. Maar de combinatie van nieuwgierigheid en angst kan effectief werken.’

Op de tweede conferentiedag kregen we een uitstekende inleiding op de nieuwe situatie in de wereld van Renée Jones-Bos, secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘De verhoudingen zijn veranderd’, begon ze, ‘wat kan het verhaal van Europa dan zijn? Gebruik de instrumenten politiek, cultuur en zaken doen tegelijkertijd. Soms kun je het beste beginnen met zaken doen, maar nog vaker met cultuur en politiek kun je altijd inzetten.’ Europa staat onder druk zowel van binnenuit als van buitenaf. En daar naast draaien de raderen van de Europese beslissingsmachine niet al te snel. ‘Maar op het eind wordt er altijd wel een besluit genomen.’

‘De terminologie dat Europa een dwerg is, wil ik voorgoed uit de wereld helpen’ vervolgde ze. Europa realiseert zich onvoldoende hoe sterk het is. Er is een sterk ontwikkelde democratie en de instituties werken effectief. Europa’s economie is de sterkste ter wereld. Er zit enorm veel technologische expertise in Europa. En veel creatieve kennis. ‘Europa krijgt dan wel een kleiner deel van de cake in de nieuwe verhoudingen, maar het stukje cake dat ze krijgt is wel steeds groter.’ Het gaat erom de competitiestrijd nog meer aan te gaan en de bureaucratie te verkleinen tot het broodnodige.’ Jones-Bos vond ten slotte dat Europa vanouds een traditie van coöperatie had en die traditie moest het voortzetten en uitdiepen. ‘Coöperatie brengt je verder dan preken’.

‘Voor Indiërs is Europa een vreemd continent’ vond Rajendra Jain, professor Europese studies aan de Nehru Universiteit van New Delhi. ‘Europa maakt ook geen connectie met de opkomende landen. Wat wij willen is een ‘different set of rules’. Europa heeft nog te veel een ‘patronizerende’ houding. Europa moet beter luisteren en minder ons de les lezen.’ Dat vond ook Christina Pecequilo, professor internationale betrekkingen van de Universiteit van Sao Paulo. ‘Tussen Europa en Brazilie is er sprake van een ‘partnership op afstand’. Maar wij zijn er niet op uit het wereldsysteem aan te vallen, we willen het alleen beter maken, door bijvoorbeeld andere verantwoordelijkheden in IMF en de Wereldbank af te spreken.

Cui Hongjian, directeur van het departement van Europese studies in Beijing gaf expliciet aan dat China continue probeert te leren van anderen en vooral van Europa. ‘Wij krijgen ook te maken met het verouderingsprobleem waar Europa nu mee te maken heeft. Dan kijken we naar Europa. En ook voor het onderwerp sociale zekerheid en mensenrechten kijken we naar Europa. Maar Europa moet zijn huis op orde maken. En niet op de eerste plaats naar de mogelijke grenzen van Europa kijken. Europa kan weg uit Afghanistan. Dat ligt toch niet in Europa. En wat betreft democratie, dat is geen voor altijd gemunt concept. Je moet nieuwe ideeën toevoegen aan de manier waarop democratie functioneert. Anders kun je nieuwe uitdagingen niet aan.’

Paul Scheffer stelde een aantal zaken nog eens op scherp. ‘We moeten spreken over het eindpunt van de Europese integratie. Over de politieke vorm van de Europese Unie. We kunnen leren van het Indische en Braziliaanse federalisme. In Brussel wordt niet verder gekeken dan de eurocrisis.’ Voorts moet de aandacht zich verplaatsen van de interne grenzen van Europa naar de externe, aldus Scheffer. ‘De wereld wordt polycentrisch; Europa is eurocentrisch’. Hij vond dat de vergroting van de EU heeft zijn einde had bereikt. ‘Dat heeft niet met islam van doen wat betreft Turkije, maar Turkije, Oekraine, Georgië moeten niet meer in de EU.’ En tenslotte gaat Europa demografisch achteruit. ‘Dat is een moeilijk element in de aanpassing van de EU in de huidige wereldverhoudingen. Maar er is een verborgen vitaliteit in Europa: etnische diversiteit, de rechtstaat is van kracht, er is steeds meer duurzame groei en er is grote vitaliteit op het vlak van bij de Europese tradities.’

Daar werd flink op afgedongen. Met name op het punt van het vastleggen van de Europese grenzen stelde Ranabir Samaddar: ‘Misschien vindt Frankrijk een goede samenwerking met Algerije wel veel belangrijker dan een goede samenwerking met Noorwegen. Je moet niet zo institutioneel denken, de nieuwsgierigheid moet voorop moeten staan. Niet denken dat als je de EU sterker maakt, dat je dan Europa sterker maakt. Waarop Scheffer repliceerde: ‘Hoe moeten we immigratie oplossen zonder grenzen? Je moet bijvoorbeeld denken over wat voor soort van immigratie wenselijk is. Je moet dus rekening houden met de buitengrenzen. De EU is wel gelijk aan Europa en moet wel met antwoorden komen.’

Katherine Watson van de European Cultural Foundation, mede-organisator van de Conferentie, sloot de Conferentie af. Zij dankte Odile Chenal van de European Cultural Foundation die van begin af aan bij deze conferentie betrokken was. Zij ging nu met pensioen. ‘Odile heeft een grote bijdrage geleverd aan deze conferentie en aan de activiteiten van de ECF. De ‘narratives for Europe’, de verhalen voor en over Europa heeft zij van de grond getild en ook het betrekken van de Mediterannee-landen bij Europa kwam van haar.’ Met een warm applaus werd Odile Chenal uitgeleide gedaan.